Intro Triathlon Bike FitWat is precies een triathlonpositie en waarom verschilt deze positie met die van een wielrenner? De fietspositie van een triathleet is wezenlijk anders dan die van een “gewone” wielrenner en dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat triathleten gebruik maken van een aerodynamisch ligstuur. Maar het heeft ook te maken met de geometrie van de gewone racefiets en die van een triathlonfiets. Daarnaast is er natuurlijk een wezenlijk verschil tussen de 2 sporten. Bij een wielrenner bestaat de sport uit alleen fietsen. In de triathlon wordt er eerst gezwommen (in geval van een duathlon natuurlijk gelopen) en na het fietsen moet er gelopen worden. Het is niet even een kwestie van een aerodynamisch ligstuur op een racefiets monteren en je hebt een triathlonfiets. Ook al wordt dit wel door heel veel fietsenhandelaren gedaan en verkocht. Het ligt gecompliceerder en helaas is de specifieke kennis bij de gewone fietsenhandelaar niet aanwezig en rijden er daarom veel atleten rond met pijnlijke drukpunten en/of klachten terwijl dat niet nodig zou zijn. Los van het feit dat met een juiste positie de snelheid en het comfort veel groter is. In de hoofdstukken hieronder wordt stap voor stap uitgelegd hoe men tot een goede triathlonpositie kan komen en welke aspecten hierbij van groot belang zijn. Voor dat we de uitleg geven over de verschillende aspecten van een goede triathlon positie eerst een viertal stellingen.
De vier stellingen: 1. De meeste toptriathleten rijden in dezelfde positie. Als men een analyse maakt van de verschillende top triathleten van de afgelopen 15 jaar dan zit daar weinig verschil in qua positie. Sterker nog, de meeste pro’s van tegenwoordig rijden in vrijwel gelijke posities als men deed in het begin van de jaren ’90. Deze posities zijn verklaarbaar, meetbaar en toepasbaar voor recreanten.
2. Fitte en getrainde recreanten kunnen dezelfde fietspositie aannemen als de pro’s. Wat jou als recreatieve triathleet ervan weerhoudt om de eerste plaats in Almere te winnen is niet een gebrek aan lenigheid. Het is niet een gebrek aan instelling en ook niet een gebrek aan voldoende trainingstijd. Wat je wel tegenhoudt is dat je niet zoveel calorieën kunt opnemen als bijv. Mark Allen. Dat jouw hart niet het pompvolume heeft als dat van een Rob Barel of dat je niet dezelfde hoeveelheid zuurstof per kilo lichaamsgewicht kunt verwerken als een Frank Heldoorn. Met andere woorden, je hebt geen pro “motor”, maar je hebt wel een pro “chassis”. Een ander voorbeeld; er zijn meer dan genoeg tennissers die een zelfde slagtechniek hebben als Roger Federer, maar alleen niet zo hard en zo nauwkeurig kunnen slaan. Maar in basis is de techniek wel aanwezig. Zo is het ook met recreatieve triathleten; we kunnen wel dezelfde houding aannemen als de pro’s alleen rijden we er minder hard mee. Maar de andere voordelen kunnen we wel degelijk benutten.
3. Het menselijk lichaam is slim en je zou er op moeten vertrouwen. Het rijden van een fiets met een triathlonstuur (ligstuur) vereist training en oefening. Bij een goede houding ontwikkelt je lichaam een harmonie van kracht, comfort en aerodynamica. De houding zoals deze door de pro’s wordt gereden wordt bepaald door een aantal specifieke punten en deze worden hieronder punt voor punt besproken.
4. De optimale triathlonpositie vereist enige training en atletisch vermogen. Om tot een optimale positie te komen vereist het enig atletisch vermogen en training. Meer dan bijvoorbeeld nodig is voor een normale racefiets positie. Vrijwel iedereen kan goed fietsen op een gewone racefiets en in een houding die vrijwel niet verschilt met die van de bekende toppers in het wielrennen. Bij de triathlon ligt het iets anders. ± 75%-80% Van alle triathleten kan de positie aannemen die ook wordt gereden door de triathlon pro’s. Dat lijkt in tegenstelling te zijn met wat er wordt beweerd in punt 2, maar daarom staat daar ook expliciet “fitte en getrainde” recreanten. Hoe de juiste positie wordt bepaald en met welke apparatuur dat gebeurd wordt hieronder uitgelegd. Triathlon Bike Fit protocol.Hoofdstuk 1. Er zijn 2 verschillende manieren om een triathlon fietspositie te bepalen. Het kan worden bepaald voor de atleet door de bike fitter op basis van een aerodynamische houding zonder verdere inbreng van de atleet maar puur op een aantal standaard parameters. Of de bike fitter kan in samenspraak met de atleet en het gevoel van de atleet de positie bepalen en waarbij de atleet zelf veel inspraak heeft in het kiezen van de positie. Total-Triathlon ondersteunt de laatste methode en onderstreept daarmee het eerder genoemde punt dat men moet vertrouwen op het instinctieve gevoel van het lichaam. Voor het laatst genoemde protocol is het wel noodzakelijk dat de bike fitter in het bezit is van een zogenaamde positie simulator. Deze zogenaamde positie simulator geeft de bike fitter de mogelijkheid om naast de eigen fiets van de atleet verschillende houdingen te proberen die op de eigen fiets niet haalbaar zijn of teveel tijd kosten om ze aan te passen. Dit laatste verdient enige uitleg. De hoeveelheid tijd die het kost om een positie op je eigen fiets aan te passen is belangrijk in begrip dat het te lang duurt, maar ook omdat de eigen fiets te beperkt kan zijn in de mogelijkheden. Bijv. de zitbuishoek op een standaard fiets heeft slechts enkele graden speling en dat kan alleen maar door het zadel naar voren of naar achteren te verplaatsen. Hetzelfde geldt voor de hoogte van het stuur en de lengte van de stuurpen. Om het verschil te voelen tussen de ene houding en de andere is het noodzakelijk dat met slechts kleine handelingen de verandering snel kan worden aangepast. Zit er teveel tijd tussen deze aanpassingen, meer dan een tiental seconden, dan is het lichaam al weer vergeten hoe de ene houding was ten opzichte van de houding daarvoor. Om die reden wordt een dynamische positie bepaling uitgevoerd op een positie simulator. Zelfs een kleine aanpassing als het verplaatsen van een zadel op een gewone fiets neemt al gauw enige minuten in beslag en moet de atleet zijn houding en fiets verlaten. Het doel van de positie bepaling is om te komen tot de meest ideale combinatie van kracht, comfort en aerodynamica. De hier afgebeelde simulator is de meest uitgebreide in zijn soort en wordt als enige in Europa door Total-Triathlon gebruikt. Deze simulator is uitgerust met een aantal zeer snel aanpasbare systemen om binnen enkele seconden het stuur en zadel te verhogen of te verlagen of in lengte te verstellen. Op de simulator die door Total-Triathlon wordt gebruikt is het zelfs mogelijk om binnen een houding het effect te meten van verschillende crank lengtes. Daarnaast is er op deze simulator een zogenaamde Computrainer aangesloten waarmee tot in detail kan worden bekeken in welke positie je het meeste vermogen trapt. Maar om het zelfs nog completer te maken kan er ook gemeten worden wat het krachtverschil is per been –interessant bij en voor bijv. mensen met beenlengte verschil of bekkenscheefstand en natuurlijk bij fietsers met specifieke klachten- maar ook wat de efficiëntie van de pedaalomwenteling is. Dit is een zogenaamde Spinscan Analyse. Bij de afbeeldingen van de Spinscan is duidelijk zichtbaar dat bij afbeelding 2 degene is waarbij een efficiëntere pedaalomwenteling aanwezig is. De grafiek vertoon veel minder extreme ups en downs. Met andere woorden het verschil tussen de duw- en trekfase in de pedaalomwenteling is veel efficienter en heeft een veel meer gelijkmatig patroon n verdeling van het geleverde vermogen. Dit is interessant voor atleten die het maximale uit hun fiets willen halen. Soms is niet voelbaar of 1 cm. meer of minder aerodynamische houding –dus een diepere of minder diepe houding op het ligstuur- een verlies of juist winst van kracht (wattage) veroorzaakt terwijl beide posities comfortabel aanvoelen. Met deze simulator (& de Retul software) behoort dit allemaal tot de mogelijkheden. Maar ook voor atleten die op zoek zijn naar een nieuwe fiets is dit apparaat een indrukwekkend stuk gereedschap. Waar kun je voelen en meten wat het verschil is tussen de ene houding en de andere en dat binnen enkele ogenblikken? Waar kun je in slechts enkele minuten voelen hoe de geometrie van de ene fiets voelt in vergelijking met de andere fiets. Want ook in de verschillende modellen triathlonfietsen zitten weer geometrische verschillen. Bijvoorbeeld Felt en Cervelo zijn merken die worden gezien als vrij lange en lagere fietsen qua geometrie en bijv. een Cannondale Slice is een fiets die gekenmerkt wordt door juist een wat kortere en wat hogere geometrie. Kortom, ook niet elke triathlonfiets past weer bij elk lichaam. Wij kunnen exact de geometrie van een specifieke fiets nabootsen en je kunt dan fietsent voelen en bepalen of je lichaam bij deze positie en fiets past. Met deze Exit Fit Bike simulator kunnen wij precies bepalen -nadat de juiste positie is gevonden- welke merken en modellen fietsen er geschikt zijn en in welke maat. Deze wijze van meten is uniek in Nederland. De maten op deze Exit Fit Bike zijn gekoppeld aan de Stack en Reach database van heel veel merken en modellen triathlonfietsen via de meetmethode van www.slowtwitch.com. Jeroen van Geelen, die de positie metingen uitvoert is één van de slechts 4 Europeanen die in het bezit is van het F.I.S.T. certificaat. Dit Fit Institute Slowtwitch is een opleidingscentrum voor triathlon bike fit experts gevestigd in het walhalla van de triathlon, Californie, USA. Maar ook je eigen fiets kan soms met enkele kleine aanpassingen –bijv. door een andere zadelpen te plaatsen- verbeterd worden en meer geschikt worden gemaakt om een triathlonstuur te gebruiken en om de positie die je hebt te verbeteren.
Meetpunten bij een Bike FitHoofdstuk 2. Meetpunten. Alles wat hiervoor is geschreven moet natuurlijk wel gecontroleerd worden om ervoor te zorgen dat het gevoel wat de atleet bij een positie heeft wel voldoet aan de criteria van een goede triathlonpositie en om ervoor te zorgen dat het lichaam niet dezelfde oude fietshouding opzoekt slechts omdat deze positie bekend aanvoelt. Tenzij blijkt dat dit de juiste houding is natuurlijk. - Bepaling van de zithoek Hier wordt bewust geschreven de zithoek en niet de zitbuishoek. Bij de geometrie van een fiets wordt in de specificaties van de frame geometrie de zitbuishoek opgegeven. Dit is echter slechts een weergave van hoe het frame is gebouwd en mogelijk niet een daadwerkelijke weergave van de zithoek die u hebt. Het geeft meer aan wat er binnen een specifieke fiets haalbaar is aan mogelijkheden aan verschillende zithoeken. Voorbeeld; een fiets heeft een zitbuishoek van 78 graden wat normaal is voor de meeste moderne triathlonfietsen. Dat wil echter niet zeggen dat de atleet ook daadwerkelijk met deze zitbuishoek is gepositioneerd. Als het zadel van deze atleet meer naar voren of naar achteren geschoven op de rails is dan wordt de werkelijke zitbuishoek enkele graden resp. steiler of minder steil. Vandaar dat wij bij Total-Triathlon de echte zithoek bepalen door gebruik te maken van een zogenaamde SmartTool en de juiste hoek meten. - Anatomische meetpunten Wanneer we de verschillende hoeken in de lichaamshouding meten doen we dat met lichamelijke meetpunten die eenvoudig en bij iedereen te bepalen zijn. We gebruiken hierbij de knie, exact in het midden, aan de buitenzijde. We bepalen de positie van de dijbeenkop, en de maleolus ofwel het uitstekende deel op de enkel. Voor zover het onderstel. Maar ook op het bovenlichaam worden een aantal specifieke punten gemarkeerd. Wanneer we de heuphoek meten dan nemen de we de heupkop als as en de hoek wordt bepaald door een lijn te trekken door het bracket en het sleutelbeen. We nemen het sleutelbeen omdat dit bot zo gemakkelijk zichtbaar wordt bij het aannemen van de positie op een ligstuur. Het is zeker niet zo dat deze punten de enige punten zijn die je kunt gebruiken, maar het zijn de punten die wij gebruiken. Als we kijken naar de verschillende lichamen dan zien we meer punten die overeenkomen met elkaar, dan dat ze van elkaar verschillen. De veel gebruikte uitspraak; – elk mens is anders - duidt dan ook meer op karakter dan op lichaamsbouw. De meting zelf gebeurd aan de hand van aantal specifieke punten die een de hoofdstukken hieronder worden besproken, maar voor elke meting wordt eerst een fysiek onderzoek uitgevoerd waarin een aantal lichamelijk kenmerken worden bekeken zoals flexibiliteit, voetstand, scheenbeenrotatie, bewegelijkheid en stabiliteit. Daarna wordt gebruik gemaakt van de Retul software. Retul software wordt hier uitgelegd. Klik op het Retul logo
ZadelhoogteHoofdstuk 3. Zadelhoogte Er zijn meer dan genoeg manieren om zadelhoogte te bepalen. De ene methode is nauwkeuriger dan de ander. De ouderwetse manier is bijv. de Greg Lemond methode. Men neemt de binnenbeenlengte en vermenigvuldigt deze met .883. Is dit nauwkeurig? Nee, het geeft namelijk slechts een voorzichtige indicatie van wat de hoogte van het zadel zou kunnen zijn. Maar andere belangrijke factoren zijn bijvoorbeeld hoe je je voeten houdt tijdens het fietsen. Ben je net als Greg Lemond een zogenaamde “heel dropper”, dus fiets je met je hakken omlaag of ben je veel meer een “toe pointer” zoals een Marco Pantani. Hoe dan ook heeft de stand van je voet dus invloed op de zadelhoogte. Mijn persoonlijke voorkeur gaat daarom uit naar de meest moderne zadelhoogte bepaling namelijk die wanneer een atleet op de fiets zit en aan het fietsen is. Op de positie simulator of op zijn eigen fiets. Deze methode vereist goede software, een videosysteem,een computer en natuurlijk het belangrijkste kennis van zaken. Waarom prefereer ik deze methode over de meer traditionele methode zoals het meten van de binnenbeenlengte? Op het moment dat je fietst (de pedalen laat ronddraaien) neem je de houding aan die je het beste ligt qua voet & enkel houding. Zodra je stopt zul je ervaren dat je je enkel ontspant en je hiel naar beneden zal zakken (bij een crankstand van 6 uur) en dus de zadelhoogte theoretisch gezien aanpast. Je hiel zakt omlaag en je knie trekt wat naar achteren en je been wordt wat langer, maar zodra je weer gaat fietsen neem je weer de voor jou natuurlijke voet & enkel houding aan. Met de hierboven uitgelegde Motion Capture Software van Retul worden de metingen verricht van de houding die je hebt tijdens het fietsen. De juiste zadelhoogte bepaald niet door het meten van de binnenbeen lengte, maar door de hoek dynamisch tussen heup-knie-enkel te bepalen. De hoek van heup-knie-enkel die als optimaal wordt gezien bij het bepalen van de juiste zadelhoogte is bij wielrenners op een racefiets ongeveer 142-145 graden. Bij het gebruik van een triathlonfiets en in combinatie met een ligstuur is dit beduidend anders namelijk 144-152 graden. Dat houdt in dat de zadelstand dus op een triathlonfiets hoger zal zijn dan van dezelfde persoon op een racefiets. Één van de redenen hiervoor is de steilere zithoek die wordt aangenomen met het gebruik van een ligstuur. Wielrenners die triathlon zijn gaan doen neigen overigens vaak naar een positie die wat lager op de schaal van 144-152 graden ligt en lopers over gestapt naar triathlon neigen naar de bovenzijde van deze schaal. Wanneer iemand op 143 graden uitkomt, hoeft dat niet per definitie verkeerd te zijn zo lang de atleet maar een normale trapfrequentie er op na houdt van minimaal 85 rpm. Bij lagere trapfrequenties en lage zadelstanden is de kans groot op overbelasting van de patella pees. Bij zadelstanden van meer dan 152 graden word ik wel erg voorzichtig. Die kunnen snel leiden tot heup-knie-enkel hoeken die te extreem zijn. Ook al ervaart een atleet dit als aangenaam tijdens een positiebepaling, men moet niet vergeten dat spieren vermoeid raken tijdens inspanning en daardoor korter en strammer worden. Probeer maar eens na een lange duurloop of een lange fietstraining even de grond aan te raken met gestrekte hamstrings. Voor de meeste onder ons geldt dat ze blij mogen zijn wanneer ze hun enkels nog kunnen halen! Bij vrijwel iedereen zie je dat de elasticiteit enorm is afgenomen tijdens de langere trainingen en dus ook tijdens wedstrijden. Wanneer je zadelhoogte dus aan de hoge kant is loop je een behoorlijk risico op pees- en aanhechtingsklachten. Met name bij de knie-, bil- en hamstring aanhechtingen. Cockpit LengteHoofdstuk 4 Dit is de meest belangrijke parameter die wordt gemeten en ook het meetpunt in verkeerde posities die voor de meeste klachten zorgt. Met cockpit lengte wordt de afstand bedoeld van zadel tot de pads (elleboogsteunen) van het ligstuur. Vrijwel altijd zorgt een standaard racefiets voor problemen in combinatie met een ligstuur. De reden hiervoor ligt in het feit dat de fabrikant van de racefiets bij het ontwerp van de geometrie van de fiets altijd in gedachte heeft gehad dat de fietser zijn handen in de beugels of op het stuur plaatst. Zodra je op dit normale racestuur een ligstuur plaatst of het geheel vervangt voor een triathlonstuur (waarbij ligstuur en basebar ineen zitten) je ellebogen daar waar eerst je handen zaten. Je kunt je voorstellen dat je lichaam veel verder naar voren moet om dit stuur te kunnen gebruiken, maar het zadel zit nog steeds op dezelfde plaats. Kortom, je moet jezelf uitrekken om nog goed bij het stuur te kunnen. Om echter tot een goede ondersteuning van het gewicht van het bovenlichaam te komen moet de hoek van de schouder ongeveer 80-85 graden zijn. Slechts een enkeling kan de “uitgerekte” positie langere tijd handhaven en dan nog mag je je afvragen hoe daarna de loopprestatie zal zijn. Een leuk voorbeeld om dit zelf te testen is om vanuit een rechtop staande positie voorover te buigen en dan te doen alsof je op een ligstuur ligt. Niemand zal dan zijn armen naar voren strekken. Automatisch neemt je lichaam de hoek van 80-85 graden aan omdat het lichaam in die houding de beste ondersteuning krijgt en het ontspannen aanvoelt. Zoals ik al eerder schreef: Vertrouw je lichaam! Maar om de test af te maken blijf even in deze houding staan en duw je ellebogen wat naar voren- in de houding zoals veel triathleten, helaas, op hun fiets zitten- en je voelt direct dat je schouderspieren, je hoge rug spieren en uiteindelijk ook de lage rugspieren veel meer spanning hebben. Een te lange en dus uitgerekte houding op de fiets is vaak ook de oorzaak van lage rugpijn, spanning in de bilspieren en de hamstrings. Het lichaam mist een goede ondersteuning en daarom gaan de spiergroepen naast de ruggengraat helpen bij het ondersteunen van het lichaam hetgeen het comfort en de prestatie niet ten goede komen. Oorzaak van een te lange cockpit lengte is een te lange bovenbuis en/of een te lange stuurpen of gewoon een te grote fiets. Als je zelf ervaart dat wanneer je op je fiets zit en het eigenlijk niet prettig vindt om op je ligstuur te rijden of wanneer je om de zoveel tijd weer rechtop moet gaan zitten omdat je de liggende houding niet kunt volhouden dan zijn de oorzaken hiervan in 90% van de gevallen de genoemde punten in dit hoofdstuk. Het voordeel van een ligstuur is alleen maar aanwezig wanneer je zoveel mogelijk tijd doorbrengt liggend op je ligstuur. Als je het gevoel hebt dat je elke 15 min. even rechtop moet gaan zitten om je lichaam te ontlasten dan is je houding gewoon verkeerd en verdwijnt elk aerodynamisch voordeel wat gebruik van zo’n stuur zou moeten opleveren. Blijf je dan toch liggen dan zijn de bovengenoemde klachten te verwachten en kun je aannemen dat het looponderdeel veel slechter zal zijn dan je zou kunnen. De HeuphoekHoofdstuk 5
Nu volgt eigenlijk nog één heel belangrijke parameter in het fit proces. Dat is de hoogte of laagte die de pads van je ligstuur hebben ten opzichte van je zadel. Dit bepaald namelijk de hoek van je heup. Zoals zo vaak is het beste instrument het lichaam zelf. In de meeste omstandigheden blijkt dat wanneer gebruik wordt gemaakt van een positie simulator, zoals wij werken met de Exit Fit Bike, de atleet zelf goed kan aanvoelen wanneer hij comfortabel zit en kracht produceert. Velen denken vaak dat ze die verschillen zelf niet kunnen voelen omdat ze “maar” recreant zijn. De ervaring leert echter dat wanneer een positie simulator wordt gebruikt waarbij de houding in enkele seconden kan worden aangepast de verschillen wel degelijk merk- en voelbaar zijn. De Exit Fit Bike simulator die wij gebruiken heeft via de eerder genoemde Computrainer de mogelijkheid om deze data dan nog verder te specificeren en te optimaliseren. De heuphoek ligt bij 95% van de atleten tussen de 95-105 graden. Maar zoals (afbeelding hipangle) geschreven is het lichaam het beste meetinstrument en wordt de positie bij Total-Triathlon bepaald door het gebruik van de positie simulator. Wanneer de zithoek is bepaald gaat de atleet simpelweg fietsen liggend op het ligstuur. De cockpit lengte e.d. zijn reeds bepaald. Waar het nu nog om gaat is om te bepalen hoeveel afstand er in hoogte ideaal is tussen zadelhoogte en elleboog steunen van het ligstuur. Wanneer de atleet aan het fietsen is op de Exit Fit Bike laten we het stuur telkens in een fractie van een seconde een cm. zakken en de atleet kan continu blijven fietsen en dus direct aanvoelen of een bepaalde positie comfortabel is of niet. Uiteindelijk zal er een moment komen wanneer de atleet zegt dat positie te laag is en dan herhalen we de stappen ervoor door 2 cm. naar boven terug te gaan en dan wederom daarna weer een cm. te laten zakken om te bepalen welke van de 2 voorgaande posities de beste is. Vaak geeft de positie die een atleet kiest een heup hoek tussen de 95-105 graden. Lenigheid en flexibiliteit zijn geen issue bij deze test. Het gevoel van een optimale verhouding tussen kracht en comfort wordt gevonden voordat de limiet van flexibiliteit wordt bereikt. Gaat men echter verder zakken om de aerodynamica te vergroten dan merk je vaak dat comfort en kracht ook afnemen ten koste van een betere aerodynamica hetgeen over het algemeen een slechte keuze is. Zeker voor atleten die trainen en deelnemen aan langere afstanden. Toch worden er door instanties positiebepalingen gedaan waarbij deze parameter als belangrijkste wordt gehanteerd. In vrijwel alle gevallen gebeurd dit omdat de bike fitter dan geen beschikking heeft over een positie simulator. De eigen fiets wordt dan gebruikt om de juiste positie te bepalen. Omdat je tijdens het aanpassen van de fiets, hetgeen steeds opnieuw weer tijd kost, telkens uit je houding moet komen voordat je de nieuwe aangepaste houding weer kunt aannemen lijkt het vaak dat je veel aerodynamischer kunt zitten dan werkelijk het geval is. Er zijn vele gevallen bekend waarbij de atleet er na een test achter komt, tijdens de eerste serieuze training, dat de gekozen houding niet is vol te houden. De hele meting is dan eigenlijk dus voor niets geweest. Of zoals we ook al hebben meegemaakt en dat is eigenlijk veel erger dat de –elders, zonder positiemeting- aangeschafte fiets niet past bij de houding die de atleet kan aannemen of zelfs niet eens past bij de lichaamsbouw. Een heup hoek van omstreeks 100-102 graden is voor vrijwel iedereen haalbaar.En om het ingewikkeld te maken, bij elke verandering in de zithoek –steiler of minder steil- veranderd de ook hoogte van de armpads omdat het zadel dus verder naar voren of naar achteren schuift. De juiste positie veranderd dus telkens wanneer de zitbuishoek wordt aangepast. Heup-Knie-Enkel PositioneringHoofdstuk 6
Voor sommigen onder ons blijkt dat bij een analyse van de beweging van de knie –van voren gezien- dat de knie niet mooi in lijn beweegt met de enkel en de heup. Verschillende oorzaken kunnen hiervan het gevolg zijn. De meest voorkomende zijn beenlengte verschil, bekkenscheefstand, maar ook een varus- of valgusstand van de voet. De varusstand komt voor bij 85% van de mensen. Bij het gewoon lopen of hardlopen zorgt dit vrijwel nooit voor problemen omdat de enkel en voet makkelijk kunnen bewegen. Maar bij het vastklikken van de voet in een pedaal wordt de voet automatisch in de horizontale positie gemanoeuvreerd en dat kan voor problemen zorgen omdat het natuurlijke bewegen van de voet en enkel wordt beperkt. Vaak is er bij 1 been ook meer afwijking te zien dan bij het andere been. Hoe meer het been in een rechte lijn omlaag trapt hoe beter de overbrenging van kracht is en hoe kleiner de kans op blessures aan de knie. Op onze simulator is dan ook te zien dat in dit soort gevallen het ene been meer kracht produceert dan het andere been en dat het sterkere been ook een veel betere en efficiëntere pedaalomwenteling heeft. Door de plaatsing van één of meerdere kleine wigjes tussen de schoen en het pedaalplaatje kan deze lijn verbeterd en geoptimaliseerd worden. Vaak neemt het wattage (de hoeveelheid kracht) die men kan produceren toe. Het proberen van verschillende mogelijkheden leidt vaak tot de beste oplossing. Het is een kwestie van “trial and error”. Het afstellen van de schoenplaatjes is een niet te onderschatten deel van een Bike Fit sessie.
Een Bike Fit is een combinatie van kennis, ervaring en een stukje wetenschap. Maar zelfs met de kennis, ervaring en de wetenschap is het zonder de juiste gereedschappen en materialen niet uit te voeren. Bij Tri-Run zijn alle ingredienten voor een complete en goed uitgevoerde Bike Fit aanwezig. Mocht u meer informatie willen hebben dan kunt u contact opnemen met Jeroen van Geelen, tel: 035-6245475. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Recensies:
Ha Jeroen, ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Hey Jeroen, groeten, Sietse -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
||||


Het goed kunnen fietsen met een ligstuur vereist namelijk een andere geometrie dan bij gebruik van een normaal racestuur. 











